Een korte geschiedenis van onze kruiden
Er was een tijd dat ziektes en ongevallen werden behandeld door allerlei magische
rituelen uit te voeren, al dan niet met gebruik van bepaalde kruiden. De behandeling was voorbehouden aan wat
wij sjamanen zouden noemen.
In het westen kwam in de 5e eeuw voor christus een verandering in het denken over
ziektes en de oorzaken daarvan. In de Hippocratische geschriften, die toegeschreven zijn aan
Hippocrates, staan meer dan 250 kruiden beschreven met hun toepassingen. En belangrijker nog, een beschrijving
over de oorzaak van ziektes en hoe die te voorkomen. Het zou een standaardwerk worden, dat als uitgangspunt diende
voor medici aan het begin van onze jaartelling.
De Griek Dioscorides schreef in de 1e eeuw na christus een omvangrijk, vijfdelig,
werk 'De Materia Medica', waarin hij nauwgezet meer dan 750 kruiden met hun werking beschrijft.
Galenus, een Griekse arts uit de 2e eeuw na chr., vervolmaakt de tot dan toe
bekende werken en voegde er nieuwe kruiden en inzichten aan toe. Zijn theorie over het gebruik van geneeskrachtige
kruiden bleef meer dan 1000 jaar gelden.
Rond het jaar 1000 schreef Ibn Sina of Avicenna, een Spaanse arts van moorse
afkomst, een omvangrijk werk waarin alle geneeskundige kennis van die tijd was opgenomen. In die
Canon Medicinae staan ook Indische en Arabische geneesmiddelen. Het bleef tot de 15e eeuw het beste boek over
medicijnen.
De kruidenleer kreeg een nieuwe impuls door de ontdekking van Amerika, waar men
tot dan toe onbekende kruiden vond. Net als de uitvinding van de boekdrukkunst, waardoor boeken een veel
groter publiek konden bereiken. Overal in Europa schreven medici en plantkundigen over kruiden en hun toepassingen.
In de Nederlanden was dat Dodeneus, die in 1554 zijn "Cruydtboek" publiceerde.
Naast het uiteenzetten van eigen waarnemingen en de beschrijving van kruiden
uit de 'Nieuwe Wereld' grepen de middeleeuwse schrijvers veel terug op oude schrijvers als Avicenna en Dioscorides.
De aanvullingen die men deed bestonden nog al eens een keer uit overdrijvingen.
Met de Verlichting werd veel kennis als zijnde niet rationeel aan de kant gezet.
De mens begon zijn zoektocht naar andere wegen om ziektes te kunnen genezen. Ook de kruidenleer werd
betrokken bij het wetenschappelijk onderzoek, vooral het onderzoek naar de werkzame stoffen van
medicinale planten.
In de tweede helft van de 19e eeuw slaagden wetenschappers er in de werkzame stoffen
uit kruiden te isoleren en zo ontstond de farmaceutische industrie. Daarmee kwam voorgoed een scheiding tussen
geneeskrachtige kruiden en medicijnen.
Tegenwoordig is iedereen het er wel over eens, dat de medische kennis van een arts
en apotheker onontbeerlijk is in de bestrijding van ziekten. Toch blijven kruiden werkzaam tot nut van onze
gezondheid en horen ze meer thuis in de huisapotheek dan vrij verkrijgbare medicijnen en chemische
suplementen.
Als klachten aanhouden, ga dan altijd naar je huisdokter!
Blijf op de hoogte van tips en recepten
door de seizoenen heen en schrijf je hier in
Bovendien ontvang je het themaboekje
"vijf kruiden tegen stress"
helemaal gratis!
|